Omrekenen stroom ↔ vermogen

Rekenmachines voor laag- en middenspanning, met formules en uitleg.

Systeem
Opgegeven spanning
Vermogen
kW
–
–
–
Uitleg en formules

Gelijkstroom (DC)

P = U · I
⇔
I = P / U

Bij gelijkstroom is er geen faseverschuiving: vermogen is simpelweg spanning maal stroom.

1-fase wisselstroom

P = U · I · cos φ
⇔
I = P / (U · cos φ)

Hier is U de fasespanning (in Nederland 230 V). De factor cos φ geeft aan welk deel van het schijnbaar vermogen daadwerkelijk als werkelijk vermogen wordt omgezet.

3-fase wisselstroom

P = √3 · UL · I · cos φ
⇔
I = P / (√3 · UL · cos φ)
of met fasespanning:
P = 3 · Uf · I · cos φ

Beide vormen zijn gelijk, omdat UL = √3 · Uf (400 V ≈ √3 · 230 V). De stroom I is de stroom per fase, uitgaande van een symmetrische belasting. Voor middenspanning (10 of 20 kV) reken je altijd met de lijnspanning.

Schijnbaar en blindvermogen

S = P / cos φ
Q = S · sin φ = √(S² − P²)

Kabels, transformatoren en aansluitingen worden gedimensioneerd op stroom, en dus op het schijnbaar vermogen (kVA). Daarom drukt een netbeheerder transportcapaciteit vaak uit in kVA. Ga je van kVA naar A, dan heb je cos φ niet nodig: I = S / (√3 · UL).

Variabelen

P
werkelijk vermogen, in W of kW
S
schijnbaar vermogen, in VA of kVA
Q
blindvermogen, in var of kvar
UL
lijnspanning (fase–fase), bijv. 400 V of 10 kV
Uf
fasespanning (fase–nul), bijv. 230 V
I
stroom per fase, in A
cos φ
arbeidsfactor (power factor), tussen 0 en 1
√3
≈ 1,732, de verhouding tussen lijn- en fasespanning in een 3-fase systeem
Gangbare aansluitingen (laagspanning)

Berekend bij 230 V / 400 V en de cos φ uit de rekenmachine (nu 1). Klik op een rij om hem in de A → kW rekenmachine te laden.

AansluitingkVAkW