Rekenmachines voor laag- en middenspanning, met formules en uitleg.
Bij gelijkstroom is er geen faseverschuiving: vermogen is simpelweg spanning maal stroom.
Hier is U de fasespanning (in Nederland 230 V). De factor cos φ geeft aan welk deel van het schijnbaar vermogen daadwerkelijk als werkelijk vermogen wordt omgezet.
Beide vormen zijn gelijk, omdat UL = √3 · Uf (400 V ≈ √3 · 230 V). De stroom I is de stroom per fase, uitgaande van een symmetrische belasting. Voor middenspanning (10 of 20 kV) reken je altijd met de lijnspanning.
Kabels, transformatoren en aansluitingen worden gedimensioneerd op stroom, en dus op het schijnbaar vermogen (kVA). Daarom drukt een netbeheerder transportcapaciteit vaak uit in kVA. Ga je van kVA naar A, dan heb je cos φ niet nodig: I = S / (√3 · UL).
Berekend bij 230 V / 400 V en de cos φ uit de rekenmachine (nu 1). Klik op een rij om hem in de A → kW rekenmachine te laden.
| Aansluiting | kVA | kW |
|---|